De opgravingen in Satricum
Al sinds 1977 verrichten Nederlandse en internationale archeologen baanbrekend veldwerk in het Italiaanse Satricum. Ontdek de rijke geschiedenis van antiek Satricum, gelegen onder het huidige gehucht Le Ferriere, en beleef de belangrijkste mijlpalen van bijna vijftig jaar wetenschappelijk onderzoek.

Geschiedenis en Nederlandse betrokkenheid
De opgravingen in Satricum (gelegen bij Borgo Le Ferriere, zo'n 60 kilometer ten zuiden van Rome) behoren tot de belangrijkste en langstlopende Nederlandse archeologische projecten in Italië. Al sinds 1977 doen Nederlandse archeologen en studenten onderzoek naar deze antieke, pre-Romeinse stad.
De stad werd in 1896 ontdekt en aanvankelijk deels door Italiaanse archeologen blootgelegd. Na een lange pauze werd het onderzoek in 1977 hervat door het Nederlands Instituut te Rome (NIR) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Sinds 1991 ligt de leiding van de opgravingen in handen van de Universiteit van Amsterdam (UvA), decennialang aangestuurd door archeoloog prof. dr. Marijke Gnade. Hoewel het project eind 2019 wegens geldgebrek dreigde te stoppen, werd het met noodfinanciering gered.

1977 – De eerste spadesteek
Wat begon als een inventariserende verkenning van de tempelresten op de akropolis groeide uit tot een decennialange opgravingstraditie. Honderden Nederlandse studenten archeologie deden hier onschatbare veldervaring op. Tegelijkertijd begon een diepgaand heronderzoek in de depots van het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia in Rome naar vondsten uit de vroege campagnes van 1897-1910.
Opgravers van het eerste uur waren dr. Conrad Stibbe, hoofd Archeologie van het Nederlands Instituut te Rome en dr. Barbera Heldering, die samen met Conrad Stibbe het Nederlands Studiecentrum in Latium oprichte.

Publicaties
In 1987 verschijnt het eerste boek in de Satricum Series, ook wel bekend als de ‘blauwe serie’. Het boek, geschreven door Riemer Knoop, behandelt de antefixen die de daken van de twee oudste tempels van Mater Matuta op de zogenoemde akropolis versierden. De antefixen waren bijna negentig jaar eerder opgegraven en sindsdien bewaard in het Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia in Rome.
In de jaren negentig volgen andere publicaties in de blauwe serie, gewijd aan objecten die lange tijd in het museum waren bewaard. Het gaat onder meer om de nokbalkbeelden van de laatste tempel van het heiligdom, beschreven door Patricia Lulof (1993), en om de graven en heiligdommen in het lager gelegen stadsgebied, behandeld door Brigitte Ginge (1995) en Demetrius Waarsenburg (1996). Daarnaast worden nieuwe opgravingsresultaten gepresenteerd, waaronder die van de Zuidwestelijke Necropolis door Marijke Gnade (1992) en van het lager gelegen stadsgebied van Satricum door Marijke Gnade (2002).
Naast de blauwe serie verschijnen ook andere publicaties over Satricum. De Rijksuniversiteit Groningen publiceert de resultaten van haar opgravingen in Satricum tussen 1978 en 1989 in twee delen (Marianne Kleibrink 1987 en 1992). Daarnaast verschijnen publicaties over specifieke onderwerpen, zoals de Lapis Satricanus, die in 1977 werd ontdekt (Conrad Stibbe 1980), en verschillende tentoonstellingscatalogi: die van de tentoonstelling Latina in 1982, Albano in 1985, de tentoonstelling in Leiden in 1985–1986 en Le Ferriere in 2007.
In 1990 verhuisde het zwaartepunt van het onderzoek van Rome naar de Universiteit van Amsterdam.
Om het bijzondere archeologische werk duurzaam te ondersteunen en onder de aandacht te brengen van een breed publiek, werd in 1994 de Vereniging Vrienden van Satricum opgericht.
Van Rome naar Amsterdam
In 1990 gaat de opgravingsdirecteur Conrad Stibbe, tevens hoofd Archeologie van het Nederlands Instituut in Rome, met pensioen. Het opgravingsproject in Satricum gaat van het NIR via een kortstondig onderkomen bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, naar de Universiteit van Amsterdam. De nieuwe opgravingsdirecteur wordt Marijke Gnade, docent archeologie aan de UvA en vanaf 2002 ook bijzonder hoogleraar Archeologie van pre-Romeinse culturen in centraal-Italië.
Oprichting Vereniging Vrienden van Satricum
In 1994 wordt de Vereniging Vrienden van Satricum opgericht. Het doel van de vereniging is het bekend maken van het Satricum Project bij het publiek. Hiertoe organiseert de vereniging jaarlijks een publieksdag, de Satricum-dag, traditiegetrouw op de laatste zaterdag van januari. Daarnaast brengt de vereniging jaarlijks een nieuwsbrief uit en organiseert zij halverwege het jaar een leden-excursie.

2007 tot heden – Museum, jubilea en openstelling
In 2007 werd in Le Ferriere de overzichtstentoonstelling Trenta anni di scavi olandesi geopend, gewijd aan dertig jaar Nederlandse opgravingen in Satricum. Door het ontbreken van de benodigde garanties van de gemeente Latina moest de tentoonstelling echter al snel sluiten.
n 2017 vierden we een bijzonder jubileum: 40 jaar Nederlandse opgravingen in het antieke Satricum. Een mooie mijlpaal die met verschillende activiteiten werd gevierd, zoals een drie-daags congres in het Koninklijk Nederlands intituut in Rome (KNIR) 'Tracing Technology'
Op 11 juni 2014 kon uiteindelijk een echt ‘Satricum-museum’ worden ingericht, waar de bijzondere archeologische vondsten van de site voor het publiek toegankelijk werden. De tentoonstelling trok vele bezoekers uit Italië en daarbuiten en werd verlengd tot 1 juni 2017.
Ondertussen wordt achter de schermen gewerkt aan de totstandkoming van een definitief museum voor Satricum en een brede openstelling van het archeologisch park door de gemeente Latina.
2027 wordt weer een bijzonder jaar, met 50 jaar opgravingen in Satricum en feestelijke activiteiten.